Ik was trots, maar hield altijd een beetje afstand  

Begin jaren 80 klonk er ineens een nieuwe stem in de Nederlandse popmuziek: rauw, eerlijk, vol levenservaring. Met Bloedend Hart zette De Dijk zichzelf op de kaart. Wat volgde was een muzikale reis vol melancholie, kameraadschap en herkenbare teksten. Maar achter die bekendheid leefde ook het leven thuis. Sander van der Lubbe, de jongere broer van zanger Huub, die van dichtbij meemaakte hoe die roerige jaren zijn familie en hemzelf vormden.    

Geschreven door: Daimy de Ruiter 

Somberheid en trots    

“De muziek in die tijd was depressief,” zegt Sander. “Joy Division, The Cure… dat donkere trok me wel aan. Er hing iets zwaars in de lucht. De werkloosheid was groot en je voelde dat het land een beetje zoekende was.”    

Sander was begin twintig toen Bloedend Hart in 1982 op de radio kwam. “Ik was net terug uit Frankrijk, waar ik een half jaar met mijn broer een camping had gerund. Ineens kon ik mijn andere broers op de radio horen. Dat was bizar; je bent trots, maar ik hield toch altijd wel mijn afstand van die aandacht.”    

Hij herinnert zich Amsterdam in die jaren als een rauwe stad. “Er was veel drugsoverlast, een agressieve sfeer. Toch kwam daaruit juist die muziek voort: eerlijk, uit het leven gegrepen. De Dijk paste perfect in die tijd: melancholisch, maar hoopvol, ik hield enorm van die muziek.”    

Het leven thuis  

Thuis bij de familie Van der Lubbe, in Krommenie was het leven nuchter. “Mijn moeder was een geweldige vrouw. Iedereen was welkom. Ze kon voor een hele groep koken zonder iets te hebben. Er was altijd warmte en drukte in huis.”    

Die warmte kreeg een harde klap toen ze in 1983 plotseling overleed. “Dat was een kantelpunt voor de familie,” zegt Sander zacht. “De familie viel niet uit elkaar, maar de samenhang veranderde. Mijn vader kreeg een nieuwe relatie; dat was moeilijk voor ons. Sindsdien ben ik mijn eigen pad gaan belopen, al deed ik dat altijd al wel.”    

Hij woonde toen met zijn zusje nog thuis. “We hadden het gezellig, maar het voelde anders. Mijn broers waren veel ouder; die leefden hun eigen leven in de muziek, zo ging dat toen. Ik had niet het gevoel dat ik er buiten stond, maar ik stond er wel een beetje naast.”    

Een andere route    

Waar Huub en Hans het podium opgingen, koos Sander voor een ander leven. “Ik heb in de haven gewerkt, in een fruitkwekerij, als roadie bij De Dijk en daarna twintig jaar bij de post,” vertelt hij. “Dat was toen nog een goede werkgever. Je begon om zes uur, maar je had vrijheid. Voor ongeschoold werk was het goed betaald. Een sociale tijd.”    

Toen e-mail zijn intrede deed, zag hij dat het zou veranderen. “Ik zag de bui al hangen: dit gaat verdwijnen. Toen kwam mijn zus Beatrice met een suggestie: ze zoeken een conciërge op een middelbare school. Hier werd hij helaas afgewezen maar belande bij het St. Michaël College. “Ik dacht: waarom niet?” Een dag later was ik aangenomen. Sinds 2007 werk ik hier en het is nog steeds mijn plek.”    

Hij glimlacht. “Het mooiste is dat niemand precies weet wat ik allemaal doe. Ik ben overal. En ik kies altijd de kant van de leerlingen. Dat heb ik van het begin af aan gehad, liever voor de leerling dan voor collega’s.”    

“Het leukste aan mijn werk? Dat niemand weet wat ik doe.”  

Sander werkt tegenwoordig als TOA bij de techniekafdeling van de school. “Via een collega ben ik zelfs weer gaan studeren: biologie, natuurkunde en scheikunde. Niet op universitair niveau hoor, maar gewoon omdat ik het leuk vond.”    

Hij geniet zichtbaar van die vrijheid. “Het is heerlijk om van alles een beetje te doen. En het contact met leerlingen, dat houdt me jong. Er is hier altijd reuring.”    

Broers in de schaduw van succes    

Toen De Dijk bekender werd, veranderde er ook iets in hoe mensen naar hem keken. “Soms kwamen mensen naar me toe: “Goed gespeeld, man!” lacht hij. Eén keer zelfs op de trap van Paradiso, waar De Dijk net een optreden had gegeven. “Toen zei ik maar: dank je wel!” En bij een schoolkamp zei iemand: “Hé, is dat niet Huub!?” Dat zijn wel de grappige kanten van het hebben van een bekende broer.  

Sander ervaarde de bekendheid vooral als iets moois. “Ik heb nooit één negatief woord gehoord over De Dijk. Mensen waren altijd enthousiast, oprecht. Ze ontweken alle roddelbladen en deden alleen mee aan eerlijke interviews, dat is wel de oorzaak geweest. En als ik dan bij een concert stond en zag hoeveel mensen plezier hadden, dacht ik: wat bijzonder dat mijn broers dit hebben gemaakt.”   

“Bekendheid is iets tijdelijks. Wat blijft, zijn de liedjes.”  

De band tussen de broers veranderde met de jaren. “Als iedereen je op handen draagt, komt er vanzelf wat afstand,” zegt hij. “Huub was nooit arrogant, maar de aandacht hing altijd om hem heen. Nu De Dijk gestopt is, is die focus weg. En daardoor is onze band juist sterker geworden. We hebben elkaar eigenlijk weer teruggevonden.”    

In december 2022 nam De Dijk afscheid van het podium, na veertig jaar muziek. “Je merkt aan Huub dat hij daar klaar mee is,” vertelt Sander. “Hij wil rust, terug naar de kern. Misschien een beetje wat ik ook heb. We zijn ouder, we zien wat echt belangrijk is.”    

Niemand in de stad  

Als hij één nummer moet kiezen, noemt hij na enige aarzeling: Niemand in de Stad. “Dat lied heeft iets weemoedigs. Eenzaamheid, maar ook troost. Dat raakt me. Ik ben van nature melancholisch en dat nummer vat dat perfect samen.”    

Hij lacht. “Ik ben nooit zo van de feestnummers geweest. Maar Dansen op de vulkaan blijft natuurlijk actueel. Dat was zó’n nummer, iedereen sprong en de zaal ging los. Ze hebben ooit op het Museumplein gespeeld en de menigte bewoog zó hard dat er een aardbeving geconstateerd was. Dat soort energie vergeet je niet.”  

“Ik ben niet iemand die veel mensen om zich heen nodig heeft.”  

Sander is een rustige man. Hij houdt van zijn werk, van zijn familie en van stilte. “Ik ben best op mezelf. Maar de laatste jaren merk ik dat familie belangrijker is geworden. We zien elkaar meer. We praten meer. Misschien omdat we ouder worden. De muziek is niet meer het middelpunt en daardoor is er ruimte gekomen voor ons als mensen en vinden we die band terug bij elkaar.”    

Terugkijken  

Wanneer hij terugkijkt op die tijd, ziet hij vooral groei. “Ik heb veel jaren verspild door overal nee op te zeggen. Uit onzekerheid. Tot ik besloot: ik ga het anders doen. Ik ga ja zeggen.” Die beslissing veranderde zijn leven. “Sinds ik dat doe, is er een wereld opengegaan. Nieuwe mensen, nieuwe kansen. Dat is mijn grootste les.” Hij denkt even na en glimlacht. Ik weet waar mijn grenzen liggen en ik ben niet bang om die aan te geven.” Dat is mijn grootste tip aan mijn jongere zelf: “Maar echt, zeg gewoon wat vaker ja. Dat is wat ik mijn jongere zelf zou willen zeggen. Je weet nooit wat er dan op je pad komt.”     

Slot 

De Dijk mag dan gestopt zijn, maar hun muziek leeft voort, net als de verhalen van de mensen erachter. Sander van der Lubbe herinnert zich vooral de warmte, het zoeken en de melancholie van die tijd. “De liedjes doen nog steeds wat ze toen deden,” zegt hij. “Ze raken mensen. En ik heb nu ook mijn broer terug. Dat is misschien wel het mooiste wat er is.”