
Het is 1989. De klok tikt richting acht uur en uit de speakers van Radio 10 Gold klinkt de stem van een vrolijke dj die de hits van de week aankondigt. In de woonkamer zit Anja, een lege TDK-cassette in de recorder, vinger zwevend boven de recordknop.
“Je moest precies timen,” vertelt ze. “Even niet opletten en je had reclame op je bandje. Maar als het lukte, als het nummer er perfect opstond, voelde dat als een kleine overwinning.”
Geschreven door: Mateus
Wat betekende de radio voor jou in die tijd?
“De radio stond altijd aan. Niet als achtergrondgeluid, maar als gezelschap. Ik kwam uit school, gooide mijn tas in de hoek en draaide meteen naar Radio 10 Gold. De stemmen van de dj’s kende ik beter dan sommige klasgenoten. Je wist nooit wat er kwam, soms een nieuwe hit van Madonna, dan weer iets ouds van The Police, maar juist dat maakte het zo leuk.”
Hoe ging dat opnemen precies?
“Nou, dat was echt een ritueel. Ik had altijd een leeg bandje klaarliggen. Je hoorde de eerste tonen van een nummer en klik. Maar het moest precies op tijd. Drukte je te vroeg, dan had je nog een stukje nieuws. Te laat, dan miste je de intro. En dan had je soms dj’s die er doorheen praatten, daar kon ik echt woest om worden.
Soms zat ik uren te wachten op dat ene nummer. Maar als het eindelijk lukte, luisterde ik het terug met een soort trots. Het was mijn versie, met mijn timing.”
Wat deed je daarna met al die bandjes?
“Bandjes maken werd een hobby op zich. Voor elk humeur had ik er één. Zomer ’87, met vrolijke nummers. Rainy Days, met rustige liedjes als ik even nergens zin in had. De titels schreef ik met een blauwe balpen op het label, altijd in hoofdletters. Soms tekende ik er iets naast: een zon, een bloem of een hartje.”
Anja pakt een vergeeld cassettebandje uit een doos. Op het label staat: I will send it to you, omringd door hartjes en rozen.
“Deze heb ik nooit gegeven,” zegt ze zacht. “Hij was bedoeld voor iemand op wie ik verliefd was, maar ik durfde niet te geven”. Ze glimlacht. “Elke tape had zijn eigen verhaal. De volgorde van de nummers moest kloppen. Als het ritme goed voelde, was het alsof je een klein album had gemaakt”.
Wat mis je aan die tijd?
“Het geduld. Nu klik je gewoon iets aan. Toen moest je wachten, luisteren en hopen dat het opnemen goed ging. Je kende elk nummer van begin tot eind. Zelfs de kleine foutjes; een halve dj-stem, een stukje reclame, het hoorden erbij. Dat maakte het echt.”
Luister je nog weleens naar die oude bandjes?
Ze schudt haar hoofd. “Nee, helaas niet. Ik heb al jaren geen cassettespeler meer. Soms denk ik dat ik er één op Marktplaats moet zoeken, gewoon om te horen wat er nog de bandjes staat. Maar ergens vind ik het ook mooi dat ik ze niet meer kan afspelen. Als ik die bandjes nu vastpak, weet ik nog precies hoe het voelde: de geur van mijn kamer, het gekraak van de stereo, de stem van de dj op de achtergrond. Je hoort het bijna weer. Dat vind ik misschien nog wel het allermooiste: ze bestaan nog, maar alleen in mijn hoofd”.
